Een stap terug in de tijd: Wie was Astrid Lindgren?<< Terug naar Nieuws overzicht

Eind december is de nieuwe theaterproductie Pippi & Pan te zien in het Zuiderparktheater. Deze muzikale winterwandeling gaat over twee literaire jeugdhelden die de meesten van ons wel kennen: Pippi Langkous en Peter Pan. Gastblogger Piet Vernimmen vroeg zich af: waar komen deze twee karakters vandaan? Wie heeft hen bedacht? Piet ging op onderzoek uit. In zijn vierdelige blog besteedt hij aandacht aan schrijvers Astrid Lindgren en James Barrie en hun meest bekende creaties.

Deze week: Wie was Astrid Lindgren?

Astrid Ericsson (1907-2002), dochter van een gezin met aanzien, is in haar woonplaats Vimmerby op 16-jarige leeftijd de eerste die haar haar kort laat knippen en de eerste die in navolging van de hoofdpersoon uit het boek van Victor Margueritte ‘La Garconne’ mannenkleren draagt. Waarom? Het zit in haar karakter, het is de jeugdige drang naar onafhankelijkheid, om er niet uit te zien als haar moeder of haar oma. Hieronder een zestal fragmenten uit het leven van Astrid Lindgren, de schrijfster van wie het werk in 90 talen is vertaald.

 

Carrière bij de krant

Op haar 16e krijgt Astrid een baantje als leerling-journaliste bij de Vimmerby Tidning, een gerenommeerde krant die tweemaal per week verschijnt. Vrouwelijke journalisten zijn uitzondering en dat ze wordt aangenomen lijkt voornamelijk te danken aan hoofdredacteur Reinhold Blomberg. Die heeft behalve oog voor haar schrijftalent, blijkbaar ook oog voor Astrid zelf, want als 18-jarige raakt ze zwanger van haar hoofdredacteur, die zelf in een lastige scheiding verwikkeld is. Schande in het dorp en haar carrière bij de krant is voorbij. Blomberg doet evenwel alles om de bevalling en een mogelijk pleegezin voor het kind goed te regelen.

Lasse

November 1926 neemt de 19-jarige Astrid haar intrek in Villa Stevns bij mevrouw Stevens, vijf kilometer van het centrum van Kopenhagen. Op 4 december wordt zoon Lasse (Lars) geboren. Eind december vertrekt Astrid weer naar Stockholm en Lasse zal de eerste levensjaren worden opgevoed in het pleeggezin van mevrouw Stevens. Tussen 1926 en 1930 reist ze 15 keer tijdens een weekend op en neer van Stockholm naar Kopenhagen om met Lasse samen te zijn. Het moeten intensieve bezoekjes zijn geweest, want “na afloop slaapt hij bijna een week lang bijna 24 uur achter elkaar.”

Kantoorchef Lindgren

Steno, correspondentie in het Engels of in het Duits, Duits, typen met een tienvingersysteem, Astrid Ericsson ontwikkelt zich tot een efficiënt medewerkster in welk kantoormilieu dan ook. In 1929 krijgt ze een baan bij het KAK, het Kungliga Automobil Klubben en al vrij snel krijgt ze een relatie met haar kantoorchef, Sture Lindgren. In 1931 trouwt het stel en Astrid Ericsson wordt Astrid Lindberg. Lasse, die een paar jaar bij zijn oma en opa verbleef, maakt sinds 1931 ook onderdeel uit van het Stockholmse gezin.

De verloofde

In de jaren ‘30 en ‘40 schrijft Lindgren met de regelmaat van de klok verhalen, voornamelijk kinderverhalen en sprookjes. In het begin zijn die nogal traditioneel en zelfs zedeprekerig, maar dan verschijnt ‘Maja far en fästman’ (Een verloofde voor Maja) en hierin kijkt Lindgren niet als volwassene neer op de jeugdige hoofdfiguur, maar denkt en schrijft vanuit de 5-jarige Jerker. Net zoals ze dat later bij Pippi Langkous zou doen.

Zo hoort Jerker een stel deftiger dames tijdens een bezoek zeggen dat het dienstmeisje Maja zó lelijk is dat ze wel nooit een verloofde zal krijgen. Maar Jerker is dol op Maja, vindt haar de knapste vrouw die hij kent en wil zelf een verloofde voor haar regelen – geen idee hebbend wat een verloofde is. “Hij had geen idee hoeveel een verloofde zou kosten, maar hij dacht dat je voor 5 öre toch een goed exemplaar moest kunnen krijgen”. De jonge kruidenier aan wie Jerker de vraag voorlegt, is uiterst behulpzaam en gaat mee in de kinderfantasie: Jerker gaat een paar uur later slapen met het idee dat het probleem is opgelost: Maja heeft een dezer dagen een verloofde.

Ongekend succes

Astrid begint vanaf voorjaar 1941 haar dochter verhalen te vertellen met een onwaarschijnlijk sterk meisje in de hoofdrol: Pippi Langkous. In de lente van 1944 maakt ze van de verhalen voor de verjaardag van haar dochter Karin een boek. Ze stuurt een kopie naar uitgeverij Bonnier, maar die weigert het: Pippi is te vooruitstrevend. Elsa Olenius van uitgeverij Rabén & Sjögren is enthousiast en het boek verschijnt eind 1945. Het is meteen ongekend succesvol zowel in Zweden en daarbuiten en er ontstaat een ware Pippi-manie: Een Villa Kakelbont-paviljoen, een film, theaterstuk, feuilletons, aankleedpoppen en Pippi-puzzels. Als je de radio aanzet hoor je Pippi. Astrid zelf wordt redacteur bij de uitgeverij. Van 1945 tot 1949 brengt ze 16 boeken uit en vanaf 1948 maakt ze deel uit van het panel van een populair radioprogramma. Astrid wordt via dat radioprogramma net zo beroemd als Pippi.

Invloedrijk

Met tientallen boeken (meer dan 20 in het Nederlands vertaald), haar redacteurschap en haar maatschappelijke betrokkenheid wordt Astrid Lindgren invloedrijk binnen het openbare maatschappelijke en politieke debat. Of het nu gaat om kinderliteratuur, pedagogie, emancipatie of belastingmaatregelen, Lindgren staat op de voorpagina van de Zweedse kranten. Vanaf 1976 schrijft ze steeds minder fictie en steeds vaker politieke teksten en opiniestukken. Haar sprookje ‘Pomperipossa in Monismanië’ zorgt er in 1976 zelfs voor dat de Zweedse sociaaldemocraten van Olaf Palme de macht verliezen. Midden jaren ’80 ontpopt ze zich -met succes- als dierenactiviste en strijdster voor het milieu.

 

Volgende week: de verhalen van Pippi Langkous!

Lees meer over de voorstelling Pippi & Pan.